TOULOUSE – Airbus en motorpartner CFM International hebben de eerste fase van windtunneltests met een open fan-demonstratiemotor vrijwel afgerond. Deze tests zijn onderdeel van CFM’s RISE-programma (Revolutionary Innovation for Sustainable Engines) en vormen een belangrijke stap richting duurzamere vliegtuigaandrijving.
De open fan-technologie, die het brandstofverbruik van een turboprop combineert met de prestaties van een turbofan, is volgens Airbus veelbelovend voor de volgende generatie vliegtuigen. In de afgelopen maanden werden schaalmodellen op hoge snelheid getest bij het Franse ONERA en op lage snelheid bij DNW, het Nederlands-Duitse windtunnelcomplex in de Noordoostpolder.
Tijdens de meer dan vijfhonderd testuren onderzochten engineers de aerodynamische eigenschappen, geluidsproductie en integratiemogelijkheden van de motor. Daarbij werd ook gekeken naar de interactie met high-lift devices zoals flaps en slats, essentieel voor veilige starts en landingen. De open fan, die zonder omkapping draait, stelt ontwerpers voor nieuwe akoestische en aerodynamische uitdagingen, maar moet desondanks voldoen aan bestaande certificeringsnormen.
In 2026 volgt een tweede testfase met grotere, complete vliegtuigmodellen (schaal 1:11 en 1:14), waarmee de invloed van het open fan-concept op het totale vliegtuigontwerp wordt beoordeeld. Uiteindelijk zal een volledig functionerende motor eind dit decennium testvluchten maken aan boord van een aangepaste Airbus A380 vanuit Toulouse.
De open fan-motor moet meer dan twintig procent brandstofbesparing opleveren ten opzichte van de meest efficiënte motoren van vandaag, en is bovendien compatibel met duurzame brandstoffen en waterstof.

