Nieuws

DEN HAAG – De Onderzoeksraad voor Veiligheid is naar eigen zeggen strikt onafhankelijk in zijn werk. Ook oordeelt de Onderzoeksraad onafhankelijk over de uitkomsten van de onderzoeken, de inhoud van rapporten en de conclusies en aanbevelingen.

De Onderzoeksraad reageert hiermee op mediaberichten dat Boeing de onderzoekers onder druk hebben gezet om bepaalde onderdelen uit het onderzoeksverslag naar aanleiding van de crash van vlucht TK1951 weg te laten die mogelijk negatief voor de fabrikant zouden kunnen uitpakken.

Volgens de Onderzoeksraad hebben zowel de Amerikaanse autoriteiten als Boeing gereageerd op het conceptrapport, een standaard procedure in onderzoek. Het commentaar van de partijen en de reactie van de Onderzoeksraad is opgenomen in bijlage B van het eindrapport en daarmee volledig transparant.

Uit het rapport van 2010 blijkt duidelijk dat de hoofdverantwoordelijkheid voor het neerstorten bij Boeing ligt: het falen van de systemen aan boord van de Boeing 737-800 en de manier waarop Boeing omging met eerdere waarschuwingen. Daarnaast hebben de piloten geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden om deze systeemfout van Boeing te corrigeren.

Het technische rapport van prof. Dekker is door de Onderzoeksraad verwerkt om het eindrapport te onderbouwen. Destijds was het echter niet het gebruik om onderliggende onderzoeken te publiceren. De huidige praktijk is anders, inmiddels publiceert de Raad zoveel mogelijk bij het uitbrengen van een rapport. Gezien deze huidige werkwijze heeft de Onderzoeksraad besloten om het rapport van prof. Dekker te publiceren.

Lering getrokken?
De vraag of er door Boeing en de Amerikaanse autoriteiten voldoende lering is getrokken uit het onderzoek naar het neerstorten van vlucht TK1951 in 2009, zou onderdeel moeten uitmaken van het nog gaande onderzoek naar de recente ongevallen met Boeing 737 Max vliegtuigen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.