Mijn Trip Tip

‘‘Vlieg maar richting Vilnius’

Op het platform van Schönhagen

(On)Zichtbare grenzen. Door Marc Tilstra

Mijn wenkbrauwen fronsen wanneer ik te horen krijg waar de kist heen moet. Ik had gehoopt om een keer een afleveringsvlucht in deze richting te mogen vliegen en nu werd dat werkelijkheid. De Cessna 150, met callsign D-ECVX, moest niet naar het noorden, niet naar het westen, niet naar het zuiden, maar naar het oosten. 1288 kilometer in een rechte lijn op de kaart om precies te zijn, naar het redelijk onbezochte Litouwen. ‘Vlieg maar richting de hoofdstad Vilnius, daar moeten jullie in de buurt zijn,’ krijgen we als instructie mee.

Met een volle belading vertrekken we rond het middaguur vanaf onze thuisbasis Lelystad. De eerste stop op de planning is Damme, iets ten noorden van Osnabrück. Bij het opstijgen valt me direct op hoe mooi het licht op een wolkeloze dag als deze is. Ik schiet de ene na de andere foto, zelfs boven de polder, wat voor mij bekend terrein is. Links voor ons verschijnt Zwolle. Even later verdwijnt het al weer in mijn ooghoeken. Het laatste stukje Nederland voor de grens met Duitsland is licht glooiend en rijk aan bos. Het passeren van de grens zou je in de lucht niet opvallen, als het niet zo zou zijn geweest dat je van radiofrequentie wisselt en ineens ontelbaar veel huizen met zonnepanelen ziet. Het landschap wordt steeds onregelmatiger en aan de horizon steken de eerste heuvels de kop op.

Een lappendeken van velden in de polder
Een lappendeken van velden in de polder

Pal voor ons komt een enorm kernreactorcomplex steeds dichterbij en onze gedachten, die overigens door de kaart bevestigd worden, gaan uit naar een kleine omvliegmanoeuvre. De wind begint inmiddels aardig aan te wakkeren wanneer Damme inzicht komt. Vertrouwd met de omgeving landen we op de korte asfaltbaan. Een jaar eerder was dit gedurende hartje zomer een week lang de scene van ons vliegkamp. In mijn gedachten denk ik terug aan één van mijn eerste solo vluchten die ik hier, na mijn first solo op Hoogeveen, maakte. Nu is het hier qua vliegverkeer rustig en het is al hemelaal geen soloweer. Het begint steeds harder te waaien. Om voor het donker op onze volgende bestemming te zijn zetten we enigszins vaart achter onze handelingen. Tanken, landingskosten afhandelen, toiletbezoek en weer in de kist.
Na dit bliksembezoek zijn we alweer onderweg naar het eindpunt van vandaag. Als je deze tocht 30 jaar geleden zou hebben afgelegd had dat een wereld van verschil opgeleverd. Van het westen, dwars over het ijzeren gordijn naar het oosten, tot aan het hart van Duitsland: Berlijn. Een tocht die door velen liever andersom gemaakt werd. En dat allemaal in 3 uur, alsof het niets is. Aan het begin van de vlucht is alles nog kleurrijk en zachtaardig. De eerste grote stad die we tegenkomen is Hannover.Net voor Hannover ligt de Fliegerhorst Wunstorf waar nu nog een platform vol Transall’s te zien is. Binnen aanzienlijke tijd komen die te verdwijnen en komt daarvoor in de plaats de Airbus A400M. De hangaar in aanbouw die we vanuit de lucht goed kunnen maakt deel uit van de voorbereidingen die gaande zijn voor de komst van dit nieuwe vliegtuig.

Transall's op het platform van Fliegerhorst Wunstorf
Transall’s op het platform van Fliegerhorst Wunstorf

Over Hannover zelf valt niet zoveel te zeggen. Het is een grote stad net zoals zoveel grote steden. Vanuit de lucht is er niet echt een duidelijk centrum aan te wijzen. Op de grond zie ik een opstelplaats vol met gekleurde kratten, die op deze hoogte wel wat weg hebben van legoblokjes. Aan onze linker vleugeltip worden we langzaam maar zeker ingehaald door een Dash 8-Q400 van Air Berlin op zijn final approach naar Hannover. Ook hij ondervindt de gevolgen van de sterke tegenwind, maar de race tegen onze Cessna 150, voortbewegende met groundspeed 70 knopen, kan hij nog wel winnen.

Richting het oosten worden de dorpen grauwer
Richting het oosten worden de dorpen grauwer

Hoe verder we naar het oosten vliegen hoe somberder de wereld onder ons wordt. De huizen beginnen steeds meer op blokkendozen te lijken, gekleurd maar toch somber. Ongeveer na Braunschweig passeren we het voormalige IJzeren Gordijn. Onderweg komen we een aantal keren grote fabriekscomplexen, immense zandbulten en flats opgelijnd in rijen tegen. Her en der lopen spoorwegen als aderen door het lichaam dat dit uitgestrekte industriegebied is. De bossen onder ons worden steeds groter en dichtbegroeider. Met een avondgloed op de horizon komt na 3 uur vliegen eindelijk onze eindbestemming, even ten zuidwesten van Berlijn, inzicht. In de ramen van de verkeerstoren lees ik de lettercombinatie EDAZ af, wat de ICAO code is voor vliegveld Schönhagen.

Op het platform van Schönhagen
Op het platform van Schönhagen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op short final hangt er rechts van ons een zweefvliegtuig op zeer korte afstand, in voorbereiding van zijn landing op de streep gras naast de hoofdbaan. Voor de baan zit een heuvel, wat maakt dat de landing nogal spectaculair is. Eenmaal op de grond wordt duidelijk hoe bosrijk dit gebied is. Werkelijk het hele veld is omringd door naaldbomen. Schönhagen oogt schoon en modern, een groot contrast met wat we onderweg zagen. De vele hangaars staan volgepropt met Cirrus vliegtuigen. Ons was geïnformeerd dat hier op het vliegveld ook een hotel zou zijn en de man bij de gele C bevestigd dit. Na even zoeken blijkt het hotel echter onvindbaar en net op dat moment stopt een auto afkomstig uit de richting van het vliegveld. ‘Door de lucht op een vliegveld arriveren is geen probleem, maar er over de grond weer weg zien te komen vaak wel’, komt ons in het Duits tegemoet vanuit het autoraam. De avond is inmiddels gevallen. De man is zo vriendelijk om ons, na dat blijkt dat het hotel op het vliegveld verbazingwekkend genoeg volzit, mee te nemen naar het nabij gelegen plaatsje Trebbin, waar gelukkig wel een hotel met vrije kamers aanwezig is. Nadat hij geregeld heeft dat we de volgende ochtend door iemand van het vliegveld worden opgepikt nemen we vol dankbaarheid afscheid.

Als we de volgende ochtend in alle vroegte weer op het vliegveld staan komt het eerste probleem van de probleemvolle dag die zal volgen aan het licht. De motor wil niet starten. Aangezien we vandaag onze eindbestemming in Litouwen willen halen, hebben we een strak schema. Een belletje naar Nederland bezorgt ons het verlossende woord dat de motor waarschijnlijk niet stuk is, maar dat we het starten moeten blijven proberen.  De 10e keer is het raak en slaat hij aan. Opgelucht taxiën we naar de Mogaspomp.

Probleem 1 is nog maar net verholpen of probleem 2 komt alweer om de hoek kijken. De pomp waar het graag gewilde (en goedkope) Mogas in zit is defect. Na meerdere mislukte pogingen van de havenmeester om het geval aan de praat te krijgen, moeten we noodgedwongen de Avgaspomp gebruiken. Tot overmaat van ramp werkt ook deze niet naar behoren. Wanneer de pomp eindelijk aanslaat lopen we al dik een half uur achter op schema. Om half 10 zijn we dan toch airborne. Het terrein reikt gedurende de start een stuk met ons mee de lucht in, wat er voor zorgt dat we ondanks een positief stijgsnelheid even een constante hoogte AGL hebben. Links aan de horizon reikt de wereldstad Berlijn tot in het oneindige uit. Alleen de Fernsehturm is in de clustering van gebouwen te onderscheiden.
De apron van het nieuwe Brandenburg Airport ligt er verlaten bij. Na Berlijn is de grens met Polen niet meer ver weg. Als duidelijk zichtbare grenslijn slingert de Oder van noord naar zuid. Op de grond wordt het leeg, met tussen de afgelegen boerderijen ook hier en daar een dorpje. Voor ons doemt een enorm bos op. Bos is turbulentie, daar zijn we deze reis al menig maal achter mogen komen. Daarom plannen we een koersverandering en omzeilen daarmee het bos. De uitgestrekte vlaktes glijden gemoedelijk onder ons door. Na ruim twee uur vliegen roepen we het vliegveld met de onuitspreekbare naam Bydgoszcz op. Deze vanuit de lucht weinig ogende stad wordt op regelmatige basis aangedaan door verschillende luchtvaartmaatschappijen, waaronder Ryanair. Het veld is deels militair en deels civiel. Met een baan van 2500 meter is remmen niet noodzakelijk. We laten de kist uitrollen tot aan de laatste afslag naar de taxibaan waar de Follow-Me ons staat op te wachten. We worden naar een opstelplaats voor een voormalige shelter geleid. Vanuit de richting van de terminal komt een Fiat Panda aangereden met twee dames erin. Hun uiterlijk is een weerspiegeling van hun werk. De dame van de afhandeling is aardig en oogt zacht, de dame van de beveiliging is breed en nors

 

Als al het papierwerk is afgehandeld wachten we op de brandstoftruck. Tot onze verbazing komt er een grote blauwe tankwagen, met op de zijkant in witte koeienletters JET-A geschreven, in een langzaam tempo aangereden. De tankbediende kijkt vanuit het raam neer op ons nietige vliegtuigje en ziet de bui zelf ook al hangen. Hij draait een rondje en komt, na wat voelt als een eeuwigheid, terug met een andere, kleinere tankwagen. Ondertussen hebben wij op de achterbank van de krappe Fiat zitten wachten, afgeschermd van de ijzige kou. Als onze tanks dan toch eindelijk gevuld zijn rijden we met de twee dames mee naar het hoofdgebouw. We komen binnen door de lege aankomsthal waar de verlichting uit is. De terminal is leeg, de eerst volgende vluchten arriveren pas over 5 uur. Boven in de terminal is een kantoortje waar we de landing betalen. Opvallend is dat er hier meer personeel rond loopt dan dat er werk te verrichten is. Ook bij ons vertrek moeten we weer wachten op de Follow-Me die ons op dit verlaten vliegveld onnodig naar de baan begeleid. Na meer dan een uur zijn we eindelijk weer onderweg.

De stad Bydgoszcz na takeoff
De stad Bydgoszcz na takeoff

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We willen vandaag voor het donker in Vilnius aankomen en het wordt nog spannend of we dat gaan halen. We hebben nog een kleine 500 kilometer te gaan en het middaguur is al gepasseerd. Het landschap wordt onderweg steeds mooier. Onze volgende stop licht te midden van de Masurian Lakes, een natuurgebied dat bekend staat om zijn overvloed aan meren.
Het vliegveld waar we hopen te landen ligt bij de hoofdstad en tevens grootste stad van dit gebied: Olsztyn. Nadat we de Vistula rivier zijn ‘overgestoken’ komen rechts en links steeds meer meren tevoorschijn. Vanuit de lucht is goed zichtbaar hoe overbodig de geluidsschermen zijn langs de nieuwe snelweg die Polen van noord naar zuid doorkruist. Soms staat er tussen alle afgedankte gebouwen ineens een kasteeltje. Wat opvalt is dat het land hier steeds heuveliger wordt. Toch zijn de heuvels hier anders dan in Duitsland. Het zijn kleine, dicht opeen gelegen bultjes die voor ons vanuit de lucht lijken op de vlekjes van een jachtluipaard. Ze liggen met hoge concentratie verspreid in alle richtingen waar ik heen kijk. Wat ook opvalt is hoe weinig vliegverkeer we onderweg tegenkomen. We voelen ons alleen boven de onbekende wereld die langzaam onder ons doorglijdt. Ondanks dat de lucht kristalhelder is, wordt het zicht belemmerd door de heiigheid.

Uitgestrekte vlaktes
Uitgestrekte vlaktes

Na de nodige kilometers overbrugt te hebben zien we Olsztyn in de verte als een witte strook gebouwen schitteren in de groene omgeving. Van Olsztyn Radio krijgen we geen gehoor. Met een straight in zetten we de kist neer op het smalle baantje. De natuur is hier prachtig, het vliegveld is dat wat minder. Tevergeefs gaan we op zoek naar brandstof, maar na een woordje met twee Poolse piloten wordt duidelijk dat dit een onmogelijke opgave is. De twee piloten, aangekleed in pak en uitgerust met dure pilotenaccessoires, zijn de bestuurders van de PC-12 die buiten in het gras geparkeerd staat. Gelukkig zijn ze zo vriendelijk om ons te helpen met onze zoektocht naar brandstof. Ze adviseren een klein veld slechts 20 kilometer naar het zuiden aan te doen waar mogelijk wel Avgas of Mogas verkrijgbaar is. Onze eigen energievoorraad begint zo langzamerhand ook op te raken en daarom besluiten we om eerst wat te eten in het ‘restaurant’, een titel die het eigenlijk niet verdient. Op aanraden van één van de piloten zouden we voor een traditioneel Pools gerecht moeten gaan (waarvan ik de naam vergeten ben), maar om veilig te spelen en ons met volle gezondheid op de eindbestemming aan te laten komen kiezen we voor een vertrouwde Hamburger.Met camera in de aanslag staan we even later weer klaar voor vertrek, zonder enig radiocontact. Met enige bezorgdheid over de hoge bomen aan het einde
van de baan schuiven we het gas vol open. Moeizaam komt de Cessna 150 op gang. Op 2/3e van de baan zijn we los, wat ons net genoeg ruimte geeft om vrij van de boomtoppen te blijven. Direct links van ons ligt een meer dat vanaf de grond niet zichtbaar was. Met een rechterbocht klimmen we laag over het stadje uit. Zo laag boven de grond zie je pas dat zo’n klein vliegtuigje nog best wel snel gaat. Op 1000 voet levellen we af. In de kleine 10 minuten die de vlucht beslaat voel ik me beetje als een Duitse eilandhopper, die 5 minuten na takeoff alweer de bodem van een nieuw eiland kust.

Laag over de bomen na takeoff vanaf Olsztyn.
Laag over de bomen na takeoff vanaf Olsztyn.

De omgeving is adembenemend. Overal waar je kijkt zie je pittoreske plattelandsdorpjes omringd door heuvelige velden en moerasachtige meren. Gryzliny, de zoveelste plaatsnaam waar de letter y in voorkomt, zou voor ons niet interessant geweest zijn als het geen grasbaan om de hoek had liggen. Het is een klein plaatsje vlak naast de korte grasstrip. Op short final passeren we op lage hoogte een spoorlijn. Op het veld is niet veel meer te vinden dan een hangaar en een geasfalteerd tankplatform.

Final voor Gryzliny
Final voor Gryzliny
Het uitgestorven vliegveld van Gryzliny
Het uitgestorven vliegveld van Gryzliny

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Afgelopen zomer was hier nog een grote vliegshow gaande, zo las ik bij thuis komst op het internet. Nu is het, op de paraglider die met vallen en opstaan de kneepjes van de sport onder de knie probeert te krijgen na, compleet uitgestorven. Een oude man komt ons vanuit de hangaar tegemoet lopen. Met het steekwoord ‘fuel’ kan hij ons uit onze spanningen verlossen. Ik help de man als hij de tanks tot aan het randje volgooit. In gebrekkig Duits verteld hij mij over zijn manke been, wat als verklaring dient voor zijn huppelende loopje.
Ook nu ligt mijn camera bij het opstijgen binnen handbereik. Als we klimmen door 500 voet komen we over een schitterend, door bos omringd meer. Op sommige open plekjes reikt een houten pier het meer op. Op zo’n moment als dit moet de motor niet uitvallen. Overal waar we kijken staan bomen en de veiligste optie zou nu een landing op water zijn. Ook als we weer boven de uitgestrekte vlaktes vliegen kan noodlanden een probleem worden. De heuvels worden steeds hoger en steeds steiler, wat het bijna onmogelijk maakt om het vliegtuig hier veilig neer te zetten. Vetrouwend op ons motortje tuffen we langzaam maar zeker verder naar het oosten, richting Litouwen, onze eindbestemming. Op de grond zien we vaak vervallen gebouwen en fabrieken. Onder ons kleurt een akker wit van de meeuwen. Als we bij de grens met Litouwen komen vliegen we tegelijkertijd vlak langs de grens van de Russische provincie Kaliningrad, dat ingeklemd licht tussen Polen en Litouwen.Voor ons is dit een no-flyzone. Het landschap onder ons trekt zich van de grens niets aan. De natuur is voor en na de denkbeeldige grenslijn identiek, net alsof er niets veranderd is. We vliegen de toekomst in, het is in Litouwen een uur later. Het begint buiten steeds donkerder te worden. Het maken van foto’s wordt lastig door de weerspiegeling in het raam. Van de zon hebben we geen last, want die schijnt zijn laatste zonnestralen in onze rug. We vliegen het donker tegemoet. De laatste leg is na deze lange dag alsnog een goede 300 kilometer lang. De Cessna 150 staat niet bekend om zijn comfortabelheid en dat krijgen we jammer genoeg merkbaar gedemonstreerd. Desalniettemin is het uitzicht naar buiten om van te smullen. Onze eindbestemming ligt 40 kilometer ten zuidwesten van Vilnius en heet Rūdiškės. Het is een privévliegveld waarvan de eigenaar deze Cessna 150 heeft aangeschaft om zijn hangaar verder mee te vullen.
We zijn onderweg in Polen en in Litouwen, op een paar windmolens na, nog geen masten of andere hoogbouw tegen gekomen. Enige grootschalig beschaving treed weer op als we langs Alytus vliegen, een industrierijke stad in het zuiden van Litouwen. Op een groot leeg gras veld grenzend aan de stad is een landingsstrip aangebracht. Een lange verharde taxibaan leidt naar een aantal gebouwtjes aan de rand van het veld. Na de stad neemt het landschap zijn oorspronkelijke vorm weer aan. Als de laatste zonnestralen over de horizon proberen te reiken spotten we een rood-wit geblokte hangaar die afsteekt tegen de omgeving. De baan ligt daar zomaar, zonder dat er een stad in de buurt is, wat bij bijna alle voorgaande vliegvelden wel het geval was. We hebben via de radio contact met de eigenaar van het vliegveld. We cirkelen een paar keer over de baan om te zien of alles vrij is en krijgen dan de windrichting en sterkte doorgezonden.

Het landschap wordt steeds heuvelachtiger.
Het landschap wordt steeds heuvelachtiger.
De avondzon zorgt voor een schilderachtig plaatje
De avondzon zorgt voor een schilderachtig plaatje
Één van de vele meren rond de grens met Polen en Litouwen.
Één van de vele meren rond de grens met Polen en Litouwen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op downwind wordt duidelijk dat er een aardige upslope in de baan zit. Laag over een vervallen nederzetting draaien we naar final. Zouden we ook maar 10 minuten later het veld bereikt hebben, dan waren we doorgevlogen naar het internationale vliegveld van Vilnius, Rūdiškės heeft namelijk geen baanverlichting. Voor de laatste keer laten we de kist het zachte gras kussen. Voor de hangaar staat een zwartgeklede figuur te kijken. Alsof hij het al jaren doet marshallt de nieuwe eigenaar ons over de omhoog lopende taxibaan naar het platformpje voor zijn hangaar. Deze man heeft het goed voor elkaar. Een eigen vliegveld in the middle of nowhere, inclusief een hangaar, vliegtuigen en een onderkomen in de vorm van een blokhut. We parkeren het vliegtuig tussen de 3 anderen die er al staan. Wanneer we de hangaardeuren sluiten is het al pikkedonker. Achter een heuvel komt het licht van een dorpje vandaan. Bij binnenkomst van de blokhut hangt rechts naast de deurpost het apparaat waarmee wij radiocontact hadden. In het holst van de nacht worden we met de auto naar Vilnius gebracht. De volgende dag vliegen we binnen twee uur weer naar Nederland. Op de heenweg was het uitzicht mooier.

Uitzicht op Vilnius
Uitzicht op Vilnius
Eindbestemming: Rūdiškės
Eindbestemming: Rūdiškės

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.