Mijn Trip Tip

Naar de Côte d’Azur in een Piper Archer

Geplaatst door: Koen Brantegem

Donderdag 4 augustus 2011 is een van die dagen die mij voor eeuwig en altijd bij zullen blijven. Na maanden van plannen annexeerde ik, samen met mijn vaste vliegmaatjes en Delftse medestudenten Willem Jozef (Bush) Van Goethem en William Pyfferoen, Cannes Mandelieu Airport. De vier magische letters LFMD stonden eindelijk in mijn logboek.

Die letters toveren sindsdien nog altijd een onuitwisbare grijns op mijn gezicht als herinnering aan een fantastische mijlpaal in mijn nog jonge vliegcarrière. Het was de koninginnenrit van een fantastische vliegweek die ons via het westen van Frankrijk naar de zonnige Provence bracht en via het oosten terug naar het regenachtig België.


31 Juli: Ursel (EBUL) – Caen Carpiquet (LFRK)
Uitgezwaaid door het voltallige VCU-terras en vol goede moed vatten we ons langverwachte avontuur op een prachtige zondagnamiddag eind juli aan. Na weken van aanhoudende regen hadden we zowaar het eerste weekend met goed weer uitgekozen.

De eerste vlucht was achteraf bezien een echt opwarmertje en na amper anderhalf uur vliegen boven het vrij eentonige Noord-Franse landschap, maar onder een staalblauwe hemel, zetten we ter hoogte van Deauville de daling in. Een binnenkomende CRJ van Brit Air noopte ons nog tot wat cirkelwerk boven Caen stad, maar niet veel later konden we in zijn zog veilig op runway 31 landen. De kop was eraf!
1 Augustus: Caen Carpiquet (LFRK) – Poitiers Biard (LFBI) – Toulouse Lasbordes (LFCL)
Na een korte nacht stonden we in alle vroegte alweer op Caen Carpiquet met een lange vliegdag in het vooruitzicht. Aangezien onze vliegtrip toch ook vakantie moest zijn, hadden we vooraf namelijk besloten om zo snel mogelijk naar het zuiden door te stoten. Daar was de kans op mooi weer het grootst en zouden we het wat kalmer aan kunnen doen.
Via de Loire-streek (waar Bush niet enkel zijn vlieg- maar ook zijn reisgidskwaliteiten etaleerde) ging het naar Poitiers, bekend van het Futuroscope-themapark en dankzij Ryanair ook rechtstreeks verbonden met Londen-Stansted.

Om iets meer het airliner-gevoel te krijgen, vlogen we meestal op de ietwat grotere regionale luchthavens, wat naast voordelen zoals onder meer vrij goede verbindingen per bus of taxi met de stadscentra, eetgelegenheden op de luchthaven en eenvoudig verkrijgbare fuel, ook een aantal nadelen had. Zo zat ‘even snel iets uit het vliegtuig halen’ er niet echt in (hoewel op de meeste luchthavens de veiligheidscontrole toch wel een heel hoog pro forma gehalte had). En ook tanken duurde gemiddeld wel iets langer dan op Ursel, met als hoogtepunt het kleine uur dat we in Poitiers moesten wachten tot iemand ons kon assisteren. Met dank aan de Ryanair-Boeing die alle aanwezige mankracht opslorpte.

Uiteindelijk slaagden we er toch nog in de OO-ILS vol te gooien en was het mijn beurt om via Limoges en Gaillac VOR naar Toulouse te vliegen. We kozen er voor om Blagnac (waar Airbus zijn assemblagehallen heeft) links te laten liggen. Dit omdat het vliegveld echt te groot was om nog handig te zijn.

In plaats daarvan was ons oog op Toulouse Lasbordes gevallen. Buitenlandse bezoekers betalen daar geen landingsgeld en je zit er op een steenworp van het centrum, waardoor we iets meer dan 24 uur na ons vertrek in Ursel op een zonovergoten Place du Capitole de Zuid-Franse cultuur stonden op te snuiven.

 

2 Augustus: Toulouse Lasbordes (LFCL) – Montpellier Méditerranée (LFMT)
We werden de volgende dag echter iets minder vrolijk wakker. Een korte blik op William’s iPhone vertelde ons het volgende: Toulouse IMC, Carcassone IMC, Perpignan IMC, Montpellier IMC. Als kers op de taart stond er een strakke wind in Toulouse van 20 kts met uitschieters tot 30 kts.

Met de moed der wanhoop trokken we toch naar Lasbordes waar we op de lokale vliegclub een duidelijker beeld van de weersverwachtingen voor de rest van de dag hoopten te krijgen. Veel verbetering zat er echter niet in.

Tegen het einde van de voormiddag zou het meeste ochtendgrijs wel verdwenen zijn, maar de wind zou verder aanwakkeren en het wolkendek relatief laag blijven. Het weer aan de Middellandse Zee was intussen wel volledig opgeklaard en Montpellier gaf zelfs CAVOK uit.

Na lang overleg en dankzij de fantastische hulp van de CFI van de ‘Aeroclub Toulouse Midi-Pyrénées’, besloten we toch onze kans te wagen. Gewapend met meerdere back-up plannen en de AIP-kaartjes van elke mogelijke alternate die we maar hadden kunnen bedenken, vatten we uiterst geconcentreerd onze tocht richting de Middellandse Zee aan.

Onze goede vluchtvoorbereiding wierp gelukkig vruchten af en net na het opstijgen clearede Toulouse Approach ons onmiddellijk naar FL55 waardoor we de hevige turbulentie dicht bij de grond snel achter ons konden laten en tussen twee wolkendekken door VFR on top via Carcassonne naar het oosten konden vliegen.

Naarmate de vlucht vorderde veranderde het wolkendek onder ons van OVC naar BKN en FEW, om uiteindelijk aan de Middellandse Zee helemaal te verdwijnen. Het uitzicht op het heldere blauwe water onder ons deed alle opgebouwde stress als sneeuw voor de zon verdwijnen en het laatste half uur van de vlucht was puur genieten. Terwijl de kilometerslange stranden onder ons doorschoven vulde de cockpit zich met ontelbare oh’s, ah’s en andere spontane vreugdkreten.

De landing in Montpellier was nog slechts een formaliteit en de bewogen dag werd in stijl afgesloten met een uitgebreid diner aan het strand, gevolgd door een minikroegentocht in het centrum van Montpellier die uiteindelijk eindigde in Le Fizz, waar Corona’s van zeven euro per stuk nog nooit zo intens gesmaakt hadden.

 

4 Augustus: Montpellier Médi – terranée (LFMT) – Cannes Mandelieu (LFMD) – Avignon Caumont (LFMV)
Een Tour de France kan natuurlijk niet zonder koninginnenrit en in ons geval zou dat het betere low-level vliegwerk langs de Franse Mediterrane kustlijn worden, met als eindbestemming Cannes. Hoewel de hele Côte d’Azur één groot kluwen van CTRs, militaire en andere verboden gebieden is, staat een serie gepubliceerde VFR transit routes je toch toe heel eenvoudig en met beperkt radiocontact van Montpellier tot aan de Frans-Italiaanse grens te vliegen.

Dat die routes je verplichten om de prachtige kustlijn te volgen en onder 1.500 ft te blijven, was amper een straf te noemen. De vlucht zelf was nauwelijks in woorden te bevatten: niets is mooier dan op 500 ft boven het azuurblauwe water van de Middellandse Zee te vliegen, met aan de linkerkant de prachtige rode kleuren van de Rhône-delta die via de uitgestrekte vlaktes van de Camargue naadloos in indrukwekkende rotsformaties overgaan.

Na goed anderhalf uur vliegen kwam Cannes in zicht en werd opperste concentratie vereist. Want het was er een continu komen en gaan van het beste wat de zakenluchtvaart momenteel te bieden heeft: Citations, Falcons, Gulfstreams en een gigantische apron met uitsluitend helikopters, Cannes heeft het allemaal.

Wij mochten in het hoge gras in een uithoekje van de luchthaven parkeren, dat voorbehouden was voor de Cessna’s en Pipers van deze wereld. Op teenslippers en in zwemshort slenterden we vervolgens over de apron richting uitgang op zoek naar een verkwikkende duik in de Middellandse Zee.
Nog geen drie uur later stonden we in onze nog-net-niet-helemaal-droge zwemshorts opnieuw op de luchthaven, klaar om de terugreis aan te vangen met Avignon als eerste tussenstop.

Hoewel we aanvankelijk wat huiverig tegenover het complexe luchtruim waar we mee te maken zouden krijgen stonden, bleek onze vrees ongegrond: Nice Approach liet ons na een klein beetje aandringen naar FL65 klimmen en clearede ons vanaf Saint Tropez VOR direct naar Avignon.
De verdere hand-overs waren veeleer pro forma en voor we het goed en wel beseften, zagen we Avignon al liggen en zaten we nog altijd op FL65. Dan maar al cirkelend naar beneden en via een direct right base hingen we binnen de kortste keren in final voor runway 35.

 

5 Augustus: Avignon Caumont (LFMV) – Beaune Challenges (LFGF) – Reims Prunay (LFQA)
Wie op zoek is naar een stevig ontbijt is op de luchthaven van Avignon alleszins bedankt voor de moeite: een frisdrank- en snackautomaat leverden ons welgeteld drie blikjes cola en wat koeken op, waarmee we het voorlopig zouden moeten stellen.

Voor mij was het intussen al sinds de vlucht naar Poitiers geleden dat ik als toerist op de achterbank had plaats genomen. Mijn enige taak tijdens de vluchtvoorbereiding in de desolate terminal beperkte zich dan ook tot het doorbellen van het vliegplan, een taak die ik te danken had aan het feit dat ik van ons drieën destijds blijkbaar het best in de Franse les had opgelet.

Eenmaal met de voeten van de grond, profiteerde ik ten volle van mijn backseat privileges: intercom en ATC uit, iPod aan en genieten van het uitzicht. Dat laatste werd het eerste half uur van de vlucht volledig gedomineerd door de Ventoux, die torenhoog boven de rest van de omgeving uitsteekt.

Echter, tegen de tijd dat Lyon ver beneden ons voorbijgleed, verkeerde ik in een diepe slaap, wetende dat ik bij captain Bush en ‘copi’ William in goede handen was. En via een uiterst moeizame tankstop in het desolate Beaune, waar aanvankelijk niemand aanwezig was om ons te helpen, konden we in de late namiddag uiteindelijk toch weer op weg richting Reims, dé Champagnestad bij uitstek.

Het vliegveld van Prunay is een enorme aanrader voor een weekendtripje. Want in tegenstelling tot de gebruikelijke air-to-air frequentie op de meeste andere ongecontroleerde vliegvelden in Frankrijk, beschikken ze in Prunay over een heuse AFIS en de pompist/marshaller/briefing/meteo-man bestelde prompt een taxi die ons na een rit van twintig minuten in het gezellige centrum van Reims dropte.

 

7 augustus: Reims Prunay (LFQA) – Kortrijk Wevelgem (EBKT) – Ursel (EBUL)
Een prachtige blauwe hemel boven Reims die voor ongeveer de helft met schapenwolkjes gevuld was, garandeerde bij het ontwaken dat de vlucht naar huis een waardige afsluiter van een uiterst geslaagde vakantie zou worden.

Omstreeks 09:20 hingen we al weer in de lucht en een klim naar FL65 was wederom geen probleem voor de verkeersleider van dienst. VFR on top met het zonnetje in ons gezicht, er zijn ergere manieren om een zondagochtend te starten.

Toen we de Belgische grens naderden was het uit met de pret. Ondanks mijn verzoek aan Lille Info om met Brussel te coördineren dat we nog heel even boven de wolken mochten blijven hangen, werden we onverbiddelijk naar daar waar Pipers en Cessna’s in België thuis horen terug verwezen: krabbelend op 1.000 ft onder de wolken.

https://www.pilootenvliegtuig.nl/vakblad/piloot-vliegtuig-nr-11-2011/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.